Over een reisgids en een natuurpark

Andalucia

IMG_1905Voor ik vertrok kocht ik een prachtige reisgids: Western Andalusia van Crossbill Guides. Een bijzonder boeiend boek dat vier grote natuurgebieden uit de streek belicht. Het vertelt uitvoerig over het landschap, de vogels, bijzondere bloemen, reptielen enz. Maar ook de geschiedenis van de streek krijgt een plek. Alles in aangename schrijfstijl, maar wel in het Engels en dus barstensvol woorden die ik niet begrijp. Gelukkig hebben ze een handig register toegevoegd waarin je kan leren dat de ‘kittiwake’ de drieteenmeeuw is en geen Maori-uitroep en de ‘Spanish psammodromus’ een Spaanse zandloper en geen uitgestorven dinosaurus.
Op de site van Crossbill Guides lees je: “European nature is stunning, immensely beautiful and fragile. The Crossbill Guides Foundation is a European non-profit organisation with a single goal: to forster interest in European nature and its conservation. One way of doing this is by publishing the Crossbill Guides – ecotourism travel guides with routes for naturalists, hikers, birdwatchers and anyone who wants to discover the secret spots and species of European natural areas.”
Mooie missie vind ik, komt recht mijn hart binnen. Dus, voor je op vakantie vertrekt, kan je best even kijken of deze knapperds over jouw streek geschreven hebben, het zal je reiservaring verdiepen.

In het tweede deel van het boek vind je een praktisch deel met mogelijke routes, te voet of met de wagen. Voor ik vertrok dacht ik: ‘Pff, met de wagen, doe mij maar te voet hoor.” Dat was toen ik nog niet volledig begreep hoe groot het gebied was waar ik terecht zou komen. En toen ik nog niet wist hoe mooi de streek was waar ik zou verblijven. En dat ik maar weinig goesting zou hebben om veel of verre uitstapjes te ondernemen. Tenzij het zich op magische wijze aandient. Zoals de verrassing van “Annemie-op-bezoek”.
Of mijn broer die samen met zijn eega in de buurt van Ronda vakantie hield in een zalig gelegen huis met zwembad waar ik een paar dagen op bezoek ging. Toen ik mijn terugrit plande, bleek dat ik kon kiezen om mijn trip dwars doorheen Sierra de Grazalema, één van de vier natuurparken uit het boek, te laten lopen. Dat kwam weer mooi uit, hoera.

Via Montecorto slingert een mooi baantje doorheen een landschap dat steeds mooier wordt en dat me in één van de bekende dorpjes van het natuurpark brengt: Grazalema. Een dikke 2000 inwoners telt dit charmante plaatsje en tot mijn verrassing vind ik er een natuurwinkel en een sportwinkel à la Kampeerder. Op het dorpspleintje zijn alle banken bezet met oude mannetjes die duidelijk veel te vertellen hebben. De toeristische dienst ligt aan een mooi uitkijkpunt. Een oude dame is aan het wachten, maar als het haar beurt is, doet ze teken dat ik eerst mag. Ik vroeg me ook al af wat zijn hier komt doen, zo helemaal lokaal-Spaans ziet ze er uit. Blijkt ze de grootmoeder te zijn van het meisje dat hier werkt en haar ‘feliz cumpleanos’ komt wensen. Dat gaat het meisje ‘s avonds vieren met haar liefje die aan de kust woont. Voor mij is het een daguitstap om weer helemaal naar La Muela te rijden, voor haar een avondje uit. Met goeie tips op zak, dwaal ik eerst nog even door het dorpje, vergeet mijn wisselgeld bij het natuurwinkeltje en vind en mannetje dat niet op het drukke pleintje zit.

Op de weg van Grazalema naar El Bosque zie ik veel aanduidingen van ‘sendero’s, wandelpaden doorheen dit gebied. Het is echter al erg heet en ik wil vanavond in La Muela zijn, maar ik trakteer mezelf toch even op een korte klim. Het half uurtje dat ik onderweg ben, word ik al weer ingepalmd door alle bloemenpracht.

In Benamahoma maak ik nog een korte wandeling langs de rivier. Hier ben ik niet de enige! Een lunchend koppeltje, een picknickende familie, stevige wandelaars. Ze kiezen vandaag ook voor deze schaduwrijke tocht.
IMG_1924.JPG

Het steekt een beetje dat ik dit wonderlijke gebied maar zo weinig aandacht kan geven. Eén dagje er doorheen rijden, zoals een Japanner die België in 1 dag doet.
Zucht. Ik voel me tekortschieten en zou graag enkele dagen hier verblijven en echte dagtochten maken.
Zou terugkomen een optie zijn?
Reclame maken in elk geval wel.
Bij deze. Hou je van hiken? Van prachtige vergezichten en mooie bloemen? Dan heb je een mogelijke nieuwe reisbestemming!

Landingsdagen

Andalucia

IMG_1872.JPGNee, geen landingsbanen. Wel dagen om te landen. Ik zocht naar een woord maar vond zo meteen niets. Ik dacht nog aan integratiedagen. Maar dat klinkt als iets dat je moet volgen om dan nadien examen af te leggen. En landingsdagen klinken wel gezellig.

Zo’n dagen had ik dus. Dagen om weer aan te komen, te landen op de plek waar ik ben. Na negen verschillende logeerplekken op twee weken tijd, was ik daar wel aan toe, even op dezelfde plek zijn.

En dan doe ik de was en werk in de tuin. De eigenaresse heeft me carte blanche gegeven: ‘Doe maar met de tuin wat je wil.’ Dus heb ik een plant verpot. Die had echt wat meer gewicht nodig, want met elke wind, levante of poniente, moest ik plant en pot weer overeind helpen. En ik hoop dat de eigenaresse het kan vinden met de manier waarop ik de woekerende bodembedekker voor het huis gesnoeid heb. Die barstte uit zijn voegen en nam het wandelpaadje naar de deur helemaal over. Mijn buurvrouw vertelde me dat die plant ‘leeuwennagel’ wordt genoemd, maar daarvan vind ik op het wereldwijdeweb niets terug. In elk geval zijn pissebedden serieus fan van deze plant, en laat ik nu net deze beestjes niet in mijn top tien ‘favoriete dieren’ hebben staan. Bij elke snoeibeurt haalde ik een lading takken onderuit en tegelijkertijd zocht een lading pissebedden heftig dribbelend met hun vele poten een nieuw onderkomen. Het jongetje van de buren is wel fan van de diertjes. Onlangs stond hij ineens binnen in mijn living, heel trots, want hij wilde iets tonen dat hij voorzichtig tussen duim en wijsvinger hield. Een bolletje. Ik was nieuwsgierig, maar dat was snel over toen het bolletje zich in een pissebed omtoverde. Het jongetje vond het geweldig: ‘Si, un cochenilla’!

IMG_1992.JPG

Op landingsdagen ga ik ook naar de winkel, want ik heb graag gevulde kasten en koelkast. Bio kan je hier best kopen in ‘den Aldi’ en intussen weet ik dat voor verse groentjes op zaterdag aan Levante moet zijn. Een inspirerende mix van een kledingwinkel, een biologische bakker, restaurant (ze noemen het zelf slow food) en lokale markt. Alles lekker vers en vol van smaak. Kruiden, fruit en groenten. Met mijn armen vol keerde ik huiswaarts, als was het voor een ganse familie dat ik te koken had.

Tijdens deze landingsdagen integreer ik wat ik de voorbije dagen meemaakte. Want dat is altijd veel, omdat ik alles intens beleef en me openstel voor nieuwe avonturen. Dan ben ik op mezelf en laat de dag voorbij glijden. Er komen dan ook meer ideeën voor blogteksten dan ik kan schrijven – of dan jullie kunnen lezen 🙂
Ik koester de herinneringen aan mooie plaatsen, fijne mensen en voel me rijk met wat ik mag meemaken. En soms ook wat alleen. Dan zou ik wel een maatje willen dat mee in deze landingsdagen duikt, kookt en rust om dan nadien weer samen op avontuur te gaan.

 

Drie witte parels

Andalucia

La Iguana is het eerste restaurantje waar ik mee naartoe genomen werd, op mijn eerste dag hier – wat nu al een eeuwigheid geleden lijkt. Het ligt op de invalsweg naar La Muela, naast een fabriek met grote cilindervormige constructies. Beetje bizarre plek dus, en dat merk je ook aan het interieur van het restaurant. Een vreemd hoopje willekeurig verzamelde meubelen staan wat ongemakkelijk naast elkaar in een rechthoekige zaal. Koloniale stijl vooral, met ook een bijzondere driehoekssofa, als je er in zit, kan je geen van de andere twee zien. Lijkt me eigenlijk eerder gepast in een stationshal ofzo. Maar door het feit dat het er zo’n rommelige stijl is, voel je je ook wel op je gemak. Alsof de inrichting wil zeggen: ‘Hier kan alles.’ Het lijkt een winkel, restaurant en woonkamer tegelijk.
Wat hier dan ook wel past is de kast met boeken in Spaans en Engels die je kan uitlenen. Of je kan er zelf eentje plaatsen en een ander boek meenemen. Handig voor mensen zoals ik die net dat boek in hun koffer hebben gepakt dat ze dan op reis eigenlijk niet willen lezen. Ik haal er een stuk of zes uit de kast die in het oog springen en maak mijn keuze. ‘Driving over lemons’ van Chris Stewart. Omdat de titel aanspreekt. Omdat het gaat over een koppel dat naar Andalusia verhuist. Omdat ik ‘Orgiva’ in de korte inhoud zie en denk: ‘dat is waar de vrienden wonen die ik binnenkort ga bezoeken.’

Ongeveer drie weken later ben ik op weg naar die vrienden en lees ik in het boek (ik ben een trage lezer de laatste tijd) over een dorpje Capileira. Het trekt mijn aandacht want de manier waarop hij erover schrijft, lokt me er naartoe. Maar verder laat ik het los, want ik ga in de eerste plaats de vrienden bezoeken en niet de streek.
Op de eerste ochtend van mijn bezoek stelt Nele voor om een wandeling te combineren met een bezoek aan mooie dorpjes. We vertrekken in Pampaneira. Daar is het lokale handelsproduct het gestreepte tapijt. In duizendvoud. Over alle balkonnetjes van alle winkeltjes hangen ze tentoongespreid. Het geeft het dorpje een karakteristiek uitzicht. Naast de sowieso al geweldige witte huisjes en kleine straatjes met scherpe bochten en gevels vol planten en bloemen. En kleine dorpspleintjes vol gezellige terrasjes en drinkbare waterbronnetjes. Ik laat er voor het gemak even de buslading Engelse toeristen tussenuit.
IMG_1799

Onze tocht zet zich te voet verder langs de vallei, we klimmen omhoog, weg van Pampaneira en krijgen zicht op de omliggende bergen. Adembenemend past bij dat soort uitzicht. Ik word een beetje verliefd op de hele fragiele bloemetjes die ons overal van de kant toewuiven. Witte kanten belletjes, het verbaast me dat ze geen geluid maken, dat ze niet zachtjes twinkelen in de wind.
Het paadje is klein, maar duidelijk te volgen en al snel komen we bij Bubion uit. Een dorpje van hetzelfde kaliber, maar iets minder toeristisch. Het pleintje met fontein aan de kerk is zelfs opvallend stil.

IMG_1806Voorbij Bubion vinden we een geschikte picknickplaats ‘con vista’.
IMG_1816.JPG

En zoals je wellicht al voelde aankomen, het laatste dorpje in de rij is Capileira. Het maakt me altijd blij als er plots zo’n leuke rode draad verschijnt zijn die de dagen aan elkaar lijkt te breien. Zonder dat ik er Nele over had gesproken brengt ze me net op die plek die vanuit het boek oplichtte voor mij. Onder de lindeboom drinken we een fris glas en we krijgen er een beetje trieste tapa bij. Een soort korrelig meel dat me aan couscous doet denken met licht gebakken groene paprika. Het ligt een beetje verloren op het bord vind ik. Blijkbaar is het een typisch gerecht van deze streek, dat vaak in de winter wordt gegeten en dat goedkoop is om te bereiden. Het doet me in elk geval weinig zin krijgen om ‘s winters terug te komen.
Dat kan uiteraard de pret niet drukken van deze heerlijke witte dorpjes tussen de bergen die elke dag opnieuw door nieuwsgierige wandelaars ontdekt worden. Ze worden niet voor niets de drie juwelen van de Alpujarra genoemd.

Winden van Hier

Andalucia

IMG_1510.JPGIs het dan nu geen tijd om eens over de Levante en de Poniente te schrijven? Zij zijn immers steevast aanwezig tijdens mijn reis hier. Er gaat geen dag voorbij zonder één van hen. Of zonder dat er over hen gesproken wordt.
‘De Levante komt morgen weer.’
‘Vandaag is het de Poniente.’
Geen idee trouwens of deze personages een hoofdletter verwachten.
Ik geef ze er alvast eentje, en met plezier.
Want het zijn immers niet zomaar winden, het zijn de Winden van Hier.

De Poniente is de wind die van op zee komt, frissere wind, die de kleuren van het water prachtig doet oplichten. Het water is helder, de horizon een afgetekende lijn en de zeetemperatuur voelt lekker warm.
De Levante is de wind die vanuit het land komt, warmere wind, die de zee troebel maakt en ook een beetje kouder. De Levante kan zich stevig laten voelen. Zoals die week voor ik hier was, in april. Toen blies hij muren om, rukte bomen uit en sleurde autodeuren uit hun hengsels.

Zo heb ik als bleu-ke de samenvatting begrepen. Een voortdurende metgezel dus, de wind. Op de straffere dagen voel ik dat hij mij luier maakt en verlies ik mijn focus. Hij maakt me ook nerveus, op mijn hoede, want alles klappert en kraakt en de bomen ruisen als hevige golven. Ik verwacht elk moment een grote bonk of klap van iets dat dan toch niet stevig vasthing. Ik ben geneigd om binnen te gaan zitten, met ramen en deuren toe en oorstopjes in. Maar dat doe je dus best niet. Op stap gaan, buiten komen, dingen ondernemen, go with the wind, van welke kant hij ook waait.

Misschien is het ook de wind waar de hond van de buren wat last van heeft, het zot in de kop. Toch zeker die nacht waarin hij met volle goesting zijn tanden in mijn beste wandelschoenen zette. Die stonden braaf onder het afdak te drogen van de regen. Maar ik vond ze de volgende ochtend terug, netjes naast elkaar onder de vijgenboom, compleet doorweekt en afgeknauwd. De schoenmaker heeft zijn best gedaan maar de reparatie ziet er uit als een mislukte huidtransplantatie.

Gisteren vroeg ik aan Nika of ze bij de bouw van haar houten huis rekening hadden gehouden met de zon, want ze heeft een terras waar je ‘s ochtends heerlijk kan ontbijten en eentje waar je ‘s avonds de zon prachtig ziet ondergaan. Neenee, zei ze, de architect heeft rekening gehouden met de Levante en de Poniente. ‘In this region, you have to consider the wind when you build.’

Zo, de Wind dus, noem hem niet zomaar Wind en geef hem een hoofdletter.
Dat zal je ook ervaren als je hier een tijdje komt wonen.
En als je dan plots op windstille dagen ontwaakt, dan weet je niet wat je overkomt.
Een heerlijke rust, buiten én binnen in je hoofd.

Broccoli Bomen

Andalucia

IMG_1550.JPGToen ik op Jerez de la Frontera luchthaven toekwam, werd ik verwelkomd door een bijzonder bosje bomen. Ze trokken mijn aandacht en ik voelde het verlangen om ze beter te leren kennen. Op mijn weg naar La Muela reed ik door een haag van welkom, de bomen stonden aan weerszijden van de baan die vanuit de vlieghaven vertrekt.
Intussen ben ik ze ‘my beloved piños’ gaan noemen. Ze stralen zo’n zachtheid uit en tegelijk zo’n kracht. Want ze zijn bestand tegen de hete zon, de straffe wind, het stevige klimaat, maar als je ze van ver ziet, lijken ze zo zacht en zo moeiteloos in elkaar over te vloeien, met hun kruinen tegen elkaar en hun takken verweven.

De hele tijd bleef er echter iets knagen, want waar doen deze bomen mij nu eigenlijk aan denken? Het kwam maar niet.
Tot Annemie hier toe kwam en zei: ‘Hey, die bomen lijken op broccoli.’
Ja, dat was het!
Zo’n bosje bomen bij elkaar zijn echt een trosje rechtopstaande broccoli’s. Ik werd er helemaal blij van. Dus vanaf nu zijn my beloved piños Broccoli Bomen geworden.

En wij de Broccoli Birds, na onze wandeling door het bos waarbij we spontaan zijn beginnen zingen. Het huisje waar ik verblijf ligt immers met haar rug tegen een klein, levendig broccolibosje. Het is er heerlijk om hout te sprokkelen voor het vuur. Om vlinders tussen de stammen te zien fladderen. Om kevertjes van allerlei soort door het gras te zien wroeten. En om healingswerk te doen met de steun van de bomen.
De hoeveelheid vogels die zich weet te verbergen in de kruin is ongelooflijk. Je hoort hier echt vogels die twiet en tjilp zingen. Maar je ziet er geen een. Het vraagt waarschijnlijk nog wat meer geduld en oefening om hen te spotten.

Voor de ingang van het huis staat één hele grote, stevige piño. Daar parkeer ik mijn autootje onder en daar kijk ik naar als ik buiten zit te ontbijten. Nu het lente is, heeft hij allemaal nieuw groen aan het uiteinde van zijn takken, zoals kaarsjes op een taart. Hij laat gemoedelijk de wind door zijn haardos ruisen, de beweging vloeit in kleine golfjes. Voor mij staat hij daar als bewaker en als verwelkomer. Hij bewaakt de grens tussen de buitenwereld en de dromerige plek van ‘thuis’. IMG_1548

Voor wie het echt wil weten: deze soort heet Pinus Parasolden, komt vaak voor in het Middellandse Zeegebied en is volgens wikipedia inderdaad goed bestand tegen de wind. Maar vanaf nu is dus de Broccoli Boom opgestaan.
Zoals ik ooit de Boskrokus heb toegevoegd aan de fauna en flora van Europa.

 

Bokrijk maar dan anders

Andalucia

Wat geweldig is aan hier wonen en mensen kennen, is dat je volledig buiten het toeristische circuit valt. Dat wil natuurlijk ook zeggen dat ik de meest voor de hand liggende dingen die je als toerist doet, niet ken. Ik spits mijn oren en ga af op wat de locals zeggen. Zoals Paola die me vertelde om zeker langs Baelo Claudia te gaan, één van de oudste Romeinse nederzettingen in Europa. Het feit dat die site pal naast de zee ligt en dus ook pal naast het strand, leek me de perfecte combinatie. Dat strand heeft de klinkende naam Bolonia en is bovendien de lievelingsplek hier aan de kust van Nika.
Ik dus op daguitstap, samen met Annemie die hier een weekje op vakantie is.

IMG_1423.JPG

En kijk, deze foto zegt dat we op een bekende plaats zijn toegekomen. In en uit deze bussen stappen voornamelijk grijze en kalende kopjes. Maar enkele minuten later komen er nog een paar van deze bus-insecten aan en daar stromen zeer jeugdige lijfjes uit, al dan niet in uniform. Zoals wij naar Bokrijk gingen met school, zullen ze hier naar Baelo Claudio gaan, vermoeden we. Met natuurlijk als extra dat de lunch voor hen een picnic is op het strand!

Het is inderdaad de moeite. Beeld je in: een mooi houten wandelpad, niet te warm, niet te koud, een briesje, zicht op zee en overal waar je kijkt fenomenale oudheid die met wat fantasie makkelijk tot leven gebracht wordt. Een aquaduct dat vers water uit de bergen naar de stad brengt. Een amfitheater, de voorloper van het Sportpaleis, aangelegd in dat deel van de stad dat van nature een soort kom is. De ingang heeft prachtige bogen gemaakt uit een stuk of tien dikke betonblokken, die wonderlijk stand houden. We beelden ons in dat we deel van het orkest zijn en nemen ook nog even een foto van een koppel met lichtjes verveeld dochtertje. Dat dit stadje vooral rijk geworden is door het zouten van vis, zien we aan de grote stenen baden die nu leeg liggen te blinken in de zon. Wat moet het hier heet geweest zijn, en hard werken, en zweten. En dan al dat zout aan je handen en de wind in je gezicht. Ruw volk.

De Grote Markt, met winkels en raadhuis en basiliek, wordt gedomineerd door drie tempels: Minerva, Jupiter en Juno staan sterk naast elkaar en kijken uit over het dorp en de zee. Voor deze drie tempels (of beter gezegd: hun stenen-overblijfsels) staat een groot stenen altaar. Het trekt onze aandacht. We blijven er een poos bij staan, negeren het gejoel van de schoolgroepen en ik voel zo’n rijkdom en overvloed door mij heen stromen. Al die mensen die hier hebben gestaan en gebeden, waar geloofden zij in? Hoe zagen zij de wereld? Wat was de betekenis van Jupiter voor hen, of van Juno? En dan bedoel ik niet alleen wat je nu in geschiedenisboeken kan lezen, maar die individuele priesters of dorpelingen hier? En ik voel weerom krachtige energie, een sterke groep mensen die hier gewoond hebben.

Tussen al dat ouds, groeit er natuurlijk ook veel nieuws, en dat vonden wij bijna even boeiend. De variatie aan bloemen en kleuren is echt overweldigend. Je kent dat wel, zo’n veld waarin je steeds weer een nieuw bloemetje ontdekt, nadat je dacht ze allemaal gezien te hebben.

Deze site deed me meermaals denken aan Volubilis, de Romeinse nederzetting in het Noorden van Marokko, erkend als World Heritage door Unesco. In maart verbleef ik enkele dagen in het bijzondere dorp Moulay Idriss en deze site lag op enkele kilometers buiten het dorp. Alleen zonder het geleide wandelpad en zicht op zee, maar met eenzelfde sfeer van oudheid en rijkdom. Daar waren zelfs nog een heel aantal originele mozaïeken bewaard gebleven. Dus, liefhebbers van ruïnes, jullie weten nu waar naartoe.

 

Soorten levens

Andalucia

IMG_1147.JPGMensen leiden zovele soorten levens. Dat is natuurlijk een open deur intrappen, maar ik doe het lekker toch. Omdat het een deur is die altijd veel zichtbaarder is als je op reis bent. Je komt dan mensen tegen die andere keuzes gemaakt hebben. En natuurlijk hoor je maar een deeltje. Een samenvatting van een paar minuten maakt van elk leven een spannend verhaal zoals je het nooit zelf zou kunnen bedenken.

Of wat dacht je van de Franse dame die op een mooi stuk land in La Muela terechtkomt, met Spaanse man en kleine zoon die ze ‘mon lapin’ noemt – waar ik helemaal van smelt – en daar een prachtig klei-atelier opent. Waar ik gisteren voor de eerste keer met een draaitafel heb gewerkt, een stuk klei leerde centreren en ‘openen’. Mijn eerste gedraaide potje is een feit.

Of de super vriendelijke Alejandro, die houten constructies bouwt en ter plekke in zijn camper woont terwijl hij zijn eigen twee huizen een paar dorpen verder verhuurd. Zo’n soepelheid in woonplaats vind ik vernieuwend. En de manier om op die manier een extra inkomen te hebben ook.

Of de fotograaf die door een relatiebreuk met zijn geliefde in de ‘Elfen-Loft’ beland om te bekomen van zijn gebroken hart. Wat niet zo eenvoudig blijkt te zijn, omdat de vrouw in kwestie maar twee huizen verder woont. Hij is in elk geval zo gastvrij om mij het huis te tonen met de nodige uitleg erbij over het leem en de isolatie enzo en dat het in de winter toch minder prettig is. Maar dat de ronde muren en het ronde daklicht en de houten trapleuning waar je de boom nog in ziet inderdaad wel heel erg mooi zijn.

Of het koppel – zij uit Texas, hij uit Londen – dat ik ontmoet op een terrasje in het avondlijke Vejer. Ze verhuizen binnenkort naar New York en beginnen spontaan hun keuze verdedigen, want die was al gemaakt voor de huidige president er was. Ze zijn nu op nostalgie-trip in Andalucia omdat zij hier heel vroeger nog studeerde. Hun focus tijdens het reizen? Restaurants en lekker eten. Ze weten meestal al van tevoren wat ze waar gaan eten in welke stad. Wat maakt dat ik nu dus met een heleboel top-adresjes uit Sevilla rondloop.

En dan is er nog de Canadese man die een Spaanse schone ontmoette en zo hier belandde, gepassioneerd door dans-contact. Hij gaf één van de workshops tijdens het festival dat ik vorig weekend meedeed. Eén van zijn oefeningen op het strand ging als volgt: iemand ligt op de rug in het zand, de andere persoon zoekt stenen en legt die op het lichaam van degene die ligt, op verschillende plaatsen. Zo kreeg ik twee zware stenen op mijn liezen, op mijn bovenbenen, in mijn handpalmen, op mijn middenrif. Zelfs eentje op mijn mond – die was niet zo eenvoudig om te balanceren – en eentje op mijn voorhoofd. Die laatste gaf mij het gevoel van grote openheid, kalmte, helderheid. Ongelooflijk wat zo’n steen kan doen. Heerlijk ook om hun gewicht te voelen. Toen ik zelf stenen legde, dacht ik dat ik het best rustig aan deed. Maar terwijl ik lag dacht ik: kom, pak die zware jongens maar, want het doet deugd! En terwijl we daar met z’n allen zo op het strand lagen, beladen onder de stenen, werd iedereen heel kalm. Op den duur voelde ik de stenen zelfs niet meer, ze werden één met mijn lichaam. Dan kwam de uitnodiging om heel heel kalm te beginnen bewegen, van binnen uit. Geen bruuske, korte bewegingen, maar vloeiende, langzame bewegingen die geboren werden vanuit het verlangen om te bewegen. De begeleider vroeg om te letten op de stenen die je vergeten was dat die er lagen. En tot mijn verrassing was dat echt zo, plots voelde ik stenen van me afglijden waarvan ik niet meer wist dat die er lagen. Deze oefening maakte me heel vrolijk, en ik bedacht dat ik dit graag in mijn individuele behandelingen wil integreren.
Ik nodig jullie in elk geval uit om het zelf eens te ervaren. Misschien heb je niet de kans om het op een strand te doen, maar zoek je plekje uit en neem iemand mee die wel eens wat stenen op iemands lijf wil leggen.

Vele soorten levens dus. Zoals ook dat van mij, nu. Vorig jaar exact op deze dag, hield ik een ritueel over zelfliefde. Een soort van trouwerij met mezelf, met vier zalige vriendinnen als getuige. En nu een jaar later schrijf ik dit tekstje met zicht op de oceaan, vanuit een houten, ecologisch huis – nog niet het mijne, maar je weet maar nooit wat er nog op mijn pad zal komen. Een jaar vol verandering, groei, schoonheid, magie en dankbaarheid.
Nu, tijdens mijn nog net geen twee weken hier, voel ik me ook gezegend met de mooie ontmoetingen, het vlotte leven, de kansen die ik krijg.
En ik wens jullie evenveel zegeningen toe en vreugde in het hart om alles wat is.
Liefs.

Mijn eerste Feria

Andalucia

IMG_1214Mijn eerste feria is een feit.
Leuk woord hé, feria.
Het zegt helemaal wat het is: een feestje. De plaatselijke kermis eigenlijk. In heel Andalusia heeft elk respectabel dorp haar eigen feria. Tijdens de lenteperiode feesten de inwoners een paar dagen aan een stuk. Herkenbaar eigenlijk. Denk aan: Pulderbos Kermis (tenminste voor zij die dit kennen). Maar dan de grote broer. Of beter: denk aan de Sinksenfoor, maar dan lokaler en dus in verhouding groter.
Een deel is kermis. Met de zotste attracties eerst en natuurlijk ook de ouderwetse botsauto’s.
Een ander deel is eten en drinken. Een heleboel mooie tenten staan opgesteld (casetas), broederlijk naast elkaar, maar wel allemaal hun eigen naam, hun eigen muziek en dus ook hun eigen klanten. En tussendoor de hotdogkramen, churros en nog van dat.

IMG_1208
Een ander deel is de programmatie in de plaatselijke feestzaal. Toen ik toekwam maakten ze zich klaar voor de Flamenco-optredens van de plaatselijke school. Denk aan: witte plastic stoelen, optredens die te laat beginnen, heel zenuwachtige danseressen en dansers, de juf die probeert iedereen op zijn plaats te krijgen, een bar aan de zijkant van de zaal. Denk aan veel mama’s en papa’s in de zaal met nog een heleboel familie erbij die om ter luidst applaudisseren voor hun ster op het podium en gaan rechtstaan om het op film te vereeuwigen waardoor de mensen die achter hen zitten niks meer kunnen zien. Geweldig om alles in de gaten te kunnen houden. Er zijn meisjes bij die met hun armen geen blijf weten, duidelijk in de groei en dan zijn er naturals die hun hele power in de dans gooien. Alle leeftijden passeren en af en toe is er ook een jongen bij. Het is super ontspannend om naar te kijken, om daar als vreemde eend in de bijt te mogen proeven van de sfeer, die uiteindelijk niet veel anders is dan bij ons in de plaatselijke parochiezaal.

IMG_1210
En tot slot heb je op een feria dat waar het allemaal mee gestart is: de prijskampen voor de paarden en de koeien. Ik heb de prijsbeesten enkel van op afstand in hun stallen kunnen zien, maar gedurende de dag worden ze geshowd en vallen ze mogelijks in de prijzen. Indrukwekkend.

Ik had afgesproken in de tent met de naam: de vrienden van de Sahara – in het Spaans uiteraard. Hoe geweldig is dat, vrienden te ontmoeten die ik tijdens een reis naar de Sahara leerde kennen, in caseta de los Saharauis in Vejer de la Frontera, tijdens mijn eerste feria. Als klap op de vuurpijl begon het na een half uurtje te regenen (eindelijk, de natuur snakte al een tijdje naar water) en viel even later ook de elektriciteit uit. Gedaan met botsauto’s en andere pret-attracties. Gedaan met verlichting. Goh. Het gaf meteen een groot wij-gevoel: iedereen samen in de tenten, hier en daar zaklampen die aanfloepten, een soort van spannend. En tijd voor mij om op te stappen, in de regen en in het donker mijn wagen terug te vinden en weer naar mijn droge, rustige woonst te rijden.

Mijn oren zoemen nog na van al het lawaai, alsof ik een nachtje op stap ben geweest en te dicht bij de boxen heb gestaan. De feria…denk dus aan: de Sinksenfoor maar dan met Spaanse passie. En morgen is het op de feria ‘dia de la mujer’, dag van de vrouw. Dan krijgt elke vrouw een bloem en een gratis maaltijd. En daarvoor kleden ze zich op hun ‘aller-flamenco-st’, dat belooft!

IMG_1221