Boom en mens

Voorbije weekend had ik het geluk om in een prachtige regio te zijn, daar waar ons land andere landen raakt en waar de taalgrens met de dorpen flirt. Tussen Tongeren en Maastricht verkende ik het gebied ‘Sint Pietersberg’. De wandeling van Eben Emael was ideaal om tot aan de toren van Eben Ezer te stappen. Eerst wandelde ik in de vlakte aan de rivier de Jeker, wat later op de heuvelrug met zicht over de streek.

Terug naar de vlakte, waar sappig grasland en zon beschenen rivierkant allerlei fris voorjaarsgroen toonden: speenkruid met haar botergele bloemetjes, witte dovenetel in bloei, hondsdraf en verder nog een boel onbekenden. Het was zo’n perfecte ochtend, niet te warm, niet te koud, amper wind, weinig mensen op de been want het was nog vroeg – behalve dan dat sportief joggend koppel.

Waar ik je zo stilaan naartoe breng is de boom die in die sappige wei staat. Een joekel, een stevig exemplaar, nog zonder zichtbaar groen. Wie mij wat beter kent, weet dat ik graag bij bomen vertoef, naar hen kijk, bij hen ga zitten. Deze boom nodigde mij uit voor zo’n bezoekje. Zittend aan zijn voet, vertelde ik hem in stilte dat er waar ik woon de voorbije dagen veel van zijn soortgenoten gesneuveld zijn en dat mij dat pijn doet. Hoe onvoorzichtig ze geveld worden, plaats moeten maken voor riolering en gracht en straat, terwijl de kerselaars net prachtig in bloei staan en heerlijk geuren.

Hij begreep het.

Hij antwoordde mij in stilte dat er ook al veel van mijn soortgenoten gesneuveld waren.

Dat begreep ik.

En wat kan je doen? vroeg hij me zacht, waarop zijn antwoord even zacht volgde. Je kan zelf het best heel goed staan, stevig in de aarde, daar waar je bent. Tot het ook jouw beurt is om te sneuvelen. Wanneer, dat weet niemand, geen mens en geen boom hebben er een flauw benul van. Op welke manier het zal zijn, weten we ook niet. We leven en we sneuvelen en in tussentijd staan we zo goed mogelijk recht, in de omstandigheden die ons gegeven zijn.

Deze boom stond onder een hoogspanningsmast die de hele tijd zoemde. Echt blij was hij daar niet mee, maar het ging. En op sommige dagen staat er allemaal vee aan zijn voeten, zoeken ze zijn schaduw op. Dat was goed, hoewel soms zwaar voor zijn wortels. Zijn andere boomsoortgenoot stond best veraf. Ik kon niet inschatten of hun ondergronds netwerk van wortels en schimmels ver genoeg zou reiken, maar ik hoopte het uit gans mijn hart. Er hing een stil verlangen tussen hen.

Dag boom.

Dag mens.

Later op de dag ontmoette ik een man die veel van de oorlog wist en die vertelde over hoe er in die streek veel soldaten waren gesneuveld, en ook gewone burgers.
Er ging een golfje van vreugde door mij heen, dat was wat de boom mij al had verteld. Weer voelde ik hoe sterk de connectie kan zijn met bomen, wat een wijsheid zij en wij in ons dragen om ons te verbinden, als we luisteren met de oren van ons hart en geloven dat het kan.

 

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s