Over vogels enzo

img_5255Gisteren vloekte ik nog op de sneeuw. Toen zat ik op mijn fiets in de stad en probeerde ik veilig thuis te geraken. De sneeuw was in een griezelig gladde laag veranderd door duizenden voet- en bandensporen. Het fietspad had in het midden een vrije strook waarvan je wist ‘die is veilig’. Maar als er dan tegenliggers kwamen, of voorbijstekers, werd het plots weer spannend. Wie zou zich – letterlijk – op glad ijs begeven? Af en toe zag je nog ergens een witte plek de naam ‘sneeuw’ waardig. Maar veel vreugde voelde ik niet echt bij al die grijze smurrie.

Vandaag echter wandelde ik tussen de velden over sneeuw waar nog geen enkel ander voetspoor te zien was. Witte sneeuw die zo heerlijk kraakt onder je wandelschoenen. De lucht proeft anders, het licht is anders. Alsof mijn zintuigen zich hergroeperen in deze witte wereld, waar geluiden anders klinken, waar je niet weet wat er onder de sneeuw verborgen ligt en je op andere manieren je oriëntatie vindt.

Op het einde van mijn wandeling, aan het laatste veld voor ik weer de bewoonde wereld instap, zie ik een volledig witte reiger wegvliegen van de oever van het riviertje dat daar loopt. Dat stroompje heet, volledig naar waarheid, het Groot Schijn – want niets is wat het lijkt / schijnt :-).
In opperste verbazing zie ik de reiger met frisse vleugelslag over het veld gaan, mijn hart maakt een sprongetje, wat een wonder, ik zag nog nooit zo’n mooie volledig witte reiger. Of is het gezichtsbedrog en zag ik gereflecteerde sneeuw?

Een oude man komt langs gewandeld, we knikken goeiendag en ik vraag: ‘Heb je die witte reiger gezien?’ Waarop hij rustig zegt dat dat wellicht een eend of een gans was, maar geen witte reiger, want die zijn smaller van lijf. Wat een teleurstelling!*
De man maakt geen aanstalten om verder te wandelen en zo geraken we aan de praat. De velden waar we staan, zijn al zeker vijftig jaar zijn terrein en hij heeft er veel zien veranderen.

Toen hij jong was, mochten ze nog vogels vangen. Dan gingen ze naar de Vogeltjesmarkt in Antwerpen hun zelf gevangen eksters en Vlaamse gaaien verkopen.
“Hebt ge dat al eens vastgehad, zo’n gaai? Dat pikt in uw vingers en dat is fameus venijnig! Schoon vogels, dat wel, maar roofvogels hé.”
Vroeger schoten ze de roofvogels, dat was toegestaan en dan had je tenminste een grote variëteit aan kleine vogels. Maar nu zijn er meer roofvogels en zie je al die kleine soorten stilletjes aan verdwijnen. Die roofvogels houden alles in de gaten en als er in zo’n nest een kleintje uit het ei komt, dan gaan ze er op af.
“Leeuweriken, die zie je hier niet meer! Vroeger zo veel. Dat is een vogel, die houdt aan de grond en dan vliegt die loodrecht omhoog en begint te zingen.” Hij maakt met zijn hand een verticale beweging, de hoogte in. Ik heb spijt dat ik het niet ken.**

Daar staan we dan te praten en alles waar ik les over krijg, vliegt gewoon voorbij. Zoals de bende grappig vliegende vinkjes. Zo’n kleine vogels dat ik ze soms verwar met een blaadje aan de boom. Die vliegen een beetje zoals wij schoolslag zwemmen: vleugels open spreiden, en hup weer toe en even drijven. Dan weer open, en toe, mooi langs het lijfje. Of zoals ineens een blauwe reiger die langs het Groot Schijn scheert. “Ja, dat is nu wel een reiger.” En het duo dat ik daarstraks uit de beek zag wegvliegen met hun lange bek heet watersnip.
Wist ik trouwens dat het Schijn achter de abdij van de Trappisten begint? Maar je kan het niet echt volgen van hier af, dat is te moeilijk. En dan stroomt ze verder naar Oelegem en Schilde en Wijnegem om tenslotte uit te monden in de Schelde.***

Ik vertel de man dat ik een paar maanden geleden langs de velden wandelde tijdens een mistige dag en plots een bizar geluid hoorde, een soort ruisen. Ik wist niet meteen wat het was tot uit de mist een zwerm spreeuwen opdook, prachtig om te zien! Ook dat was vroeger schering en inslag, maar nu moet je al geluk hebben.

We zijn tot aan de rand van zijn veld gewandeld, waar voorbije zomer metershoge zonnebloemen stonden te pronken en dikke pompoenen lagen te blinken. Het rijtje sparren dat daar staat, is ziek. Er zit een beestje onder de bast dat blijkbaar de boom geen goed doet. Hij heeft het er moeilijk mee. “Ik bracht ze dik veertig, misschien wel al vijftig jaar geleden mee als kerstboom uit de Ardennen. En nu ineens, sinds vorig jaar, worden ze rossig en gaan ze dood. Ik heb het daarstraks van dichtbij bestudeerd, maar het is iets dat ik niet ken. Alles verandert, maar de natuur blijft prachtig.”

Ik bedankt hem voor het fijne gesprek en keer huiswaarts om een kop warme chocomelk te maken, want intussen heb ik het toch koud gekregen. Maar mijn hart voelt warm van de verhalen en de weetjes die deze man met mij wilde delen.

img_5254

* Opzoekwerk nadien leert me trouwens dat ‘witte’ reigers niet meer zo zeldzaam zijn, dus ik blijf de kans groot achten dat het er echt eentje was – ondanks de levenslang geoefende ogen van de oude man :-).

** Luister hier naar het gezang van de veldleeuwerik.

*** Het verhaal van de Grote Schijn zit volgens Wikipedia iets ingewikkelder in elkaar, maar ik hou wel van de samenvatting van de oude man.

 

2 thoughts on “Over vogels enzo

  1. Zo goed om je tekst te lezen, ik hoor je vertellen…
    Er straalt rust van uit, (h)eerlijkheid ook.
    Contact met de natuur en het voelt aan dat de oude man die je ontmoette ook heel natuurlijk is.
    De kracht van het simpele observeren, verbinden.
    Dat geeft ruimte, adem.
    En je hart dat een sprongetje maakt.
    Word ik blij van. Heerlijk mens, ik zie je graag!

    Liked by 1 person

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s